2025, Antwerpen-’s Hertogenbosch: Gompel & Svacina
Een waarschuwing vooraf: de eerste helft van het boek,
daar moet je de tijd voor nemen, het is best
een flinke uitdaging. De tweede helft, daar lees je
vlot doorheen. Het is dan ook een gecompliceerd
onderwerp.
Maar in deze tijd, waarin je je moet verhouden tot
Gaza bijvoorbeeld, ben je wel benieuwd hoe je tot
echte
communicatie met je medemens kunt komen. En dan gaat
het dezer dagen vaak over verbinding.
Genoeg prikkels dus om een boek met deze titel op te
pakken.
In zijn voorwoord legt de auteur uit waarom hij aan
‘Genoeg verbinding’, de hoofdtitel van het boek,
de ondertitel ‘Waarom scheiding zo gek nog niet is’
heeft toegevoegd. Hij heeft eigenlijk een hekel
aan het woord ‘verbinding’, dat volgens hem te pas en
te onpas wordt gebruikt. Liever focust hij op
het begrip ‘scheiding’, dat een centrale plaats in
zijn betoog inneemt. ‘Scheiding’ vat hij op als de
garantie voor bescherming van de eigenheid van mensen
tegen onderdrukkende verbinding. Het
boek eindigt met een verlangen naar echte verbinding.
Conclusie: het is een knap gekunstelde titel
voor een boek dat als hoofdonderwerp socialiteit
heeft.
Dat hoofdonderwerp socialiteit wordt in dit
filosofieboek gedefinieerd als een zoeken naar een
‘sociaal zijn, geopend naar het andere dan zichzelf’.
Als je wel eens een boek van Martin Buber hebt
gelezen,
dan weet je dat het volgen van de redeneringen van een
filosoof niet gemakkelijk is.
Naud van der Ven is een bewonderaar van Levinas, de
Frans-Joodse filosoof, die als de
‘filosoof van
de Ander
’
bekend staat. De radicale andersheid van individuen
ten opzichte van elkaar noemt Levinas
‘de scheiding’. Bij de Duitse filosoof Martin
Heidegger ligt daarentegen de fundamentele nadruk op
het ‘mede-zijn’, een vorm van solidariteit tussen
mensen die hen van meet af aan eigen is.
De persoon Heidegger is in onze kringen beladen.
Heideggers betrokkenheid bij het nazisme was alom
bekend, en uit gepubliceerde dagboekaantekeningen (pas
in 2014) bleek onomstotelijk Heideggers
intense afkeer van Joden. De auteur van dit boek haalt
een keur aan filosofen aan die zich verder
hebben verdiept in de controverse tussen de filosofie
van Levinas en die van Heidegger. En die
bespiegelingen van al die andere filosofen op die
controverse zijn best nodig om te snappen waar het
Naud van der Ven nou eigenlijk om gaat.
Naud van der Ven trekt een parallel tussen het
‘mede-zijn’ van Heidegger en het geloof van
psychiaters in het ‘medisch model’ en de klinische
taal van het DSM (Diagnostic and Statistical
Manual of Mental Disorders). ‘Jumping to connection’
noemt Naud dat.
Om de verschijnselen van de scheiding en de echte
verbinding verder te verhelderen, heeft Van der
Ven in de tweede helft van zijn boek een respectabel
aantal psychiaters geïnterviewd.
De meeste psychiaters, die wij zoal kennen, geven
pillen. Meestal met het argument dat je uit twee
kwaden moet kiezen: of die vervelende symptomen of de
bijwerkingen van de medicijnen. Dankzij de
pillen zouden patiënten het perspectief ‘er weer bij
te horen’ krijgen. Een povere socialiteit volgens
Naud, Levinas en de geïnterviewde psychiaters. Deze
door de auteur geïnterviewde psychiaters
blijken allemaal niet veel op te hebben met het DSM.
Daarin zijn ze opvallend eensgezind.
Deze psychiaters zoeken in het contact met hun patiënt
de frictie van de scheiding op. Naud
concludeert dan dat ‘écht contact loont’.
Ik heb er ‘Methodologie’ van professor A.J. de Groot
nog maar eens op nageslagen, want hier is toch
duidelijk geen sprake van een aselecte steekproef
onder psychiaters. ‘Iedere serieuze probleemstelling
of werkwijze, die kan bijdragen tot onze kennis, wordt
aanvaard’, stelt de gedragswetenschapper de Groot.*)
Je zou dus kunnen zeggen dat Van der Ven zich bezig
heeft gehouden met de heuristische fase van de
empirische wetenschap.
De hypothese die uit Van der Vens werk voortkomt, is
mijns inziens: Psychiaters die zich kwetsbaar durven
op
te stellen en die hun eigen ervaringen meenemen in de
gesprekken met de patiënt (‘scheiding’ in termen van
Levinas),
hebben bij degene die behandeld wordt, een grotere
kans op waarachtig contact en bewerkstelligen meer
‘socialiteit’
dan psychiaters die louter pillen geven. ‘Further
research is needed’.
*) Methodologie (1961), A.D. de Groot, p.6
Dick Hage
25.01.2026